Het was weer een tijdje geleden, maar gisteren [woensdag 23 januari 2008] bracht ik mijn goede vriend en door mij zo bewonderde kunstenaar Corneille nog eens bezoekje. Hij woont in een omgebouwde herenwoning annex hoeve zo’n 30 km buiten Parijs.
Vanuit zijn atelier heb je een onbeperkt zicht van natuurschoon, met enkel een weg die kronkelend het landschap doorbreekt.
Corneille heeft de neiging om ons de laatste jaren, om de paar maand, eens danig de schrik op het lijf te jagen. Zo deed hij ook weer begin december.
Een “kleine” hersenbloeding die hem een paar weken buiten strijd liet, en hem in het begin toch met enkele negatieve bijwerkingen had opgezadeld, was nu al lang vergeten.
Hij straalde met een glimlach die mij steeds aan een guitig, speels kind doet denken. Hij is er in geslaagd het positieve, onbekommerde dat een kind meedraagt, door te zetten in zijn volwassen leven.
En ik denk dat het dat positief creatief denken is, dat hem steeds weer die “kleine ongemakken” [zoals hij ze zelf noemt] doet vergeten.
We hebben bijna 2 uur met elkaar gebabbeld, over vroeger, over nu maar ook over “later”. Hij zit nog vol plannen maar eerst “moet de zon terugkomen”.
Hij liet mij een prachtige zonovergoten gouache van 1947 zien, “zo getekend op een klein stukje papier in het Vondelpark”. Hij zei het alsof het gisteren was, en terwijl hij het vertelt zie je dat hij weer even in die zon in het Amsterdamse vondelpark zit.
De zon en het licht zijn altijd belangrijk geweest in heel het oeuvre van deze onvermoeibare kunstenaar.
Hij ging verder over zijn allereerste tentoonstellingen en over zijn passie; “zonder creatie geen leven”. Dit is zeer zeker waar, maar hij trekt het door op elk niveau, al schilderend, al tekenend, al levend.
Hoe hij zijn dagen vult, als de zon er niet is, vroeg ik hem.
Zonder te antwoorden moest ik meekomen. Hij liet mij in de andere kamer een schat aan boeken zien, “maar enkel hele goeie schrijvers”. Het viel me op dat op de cover van het boek waar hij nu in bezig was, een halfnaakte jonge deerne stond. Vrouwelijk schoon heeft hem steeds bekoord en geïnspireerd,. Nu nog!
Dan ging hij verder dat lezen zeer belangrijk is en dat je zeker Freud en Rilke moet lezen. Deze twee waren elementair voor zijn spychologische ontwikkeling , zoals Klee en Kandinsky dit waren voor zijn creative ontwikkeling.
Hij zei dat het Freud was die hem de betekenis van de verlangende vogel heeft geëxpliceerd . De vogel die vanaf het zeer vroege werk aanwezig is, die volgens Freud het menselijk verlangen naar passie symboliseert.
De vogel is steeds zoekend, fladderend en “kan pikken met zijn snavel, en kan zeer dicht bij de vrouw komen, zeer dicht”.
De vogel in het oeuvre van Corneille is dan ook de gemaskeerde meester zelf, en als je erop begint te letten dan zie je dat de vogel in zijn werken ook steeds “zeer dicht” bij de [naakte] vrouw staat.
Na dit aangename gesprek vroeg Corneille subtiel, “wanneer zou je thuis zijn als je nu vertrok”.
Ik begreep de hint en we namen afscheid.
“Als de zon er is, gaan we samen een lekkere “sol meunière” eten op de dijk” riep hij me na.
Doen we zeker!
Michael
Nog enkele foto's:

